Langues disponibles :

Content:

Frieten

Wie heeft de frietjes uitgevonden?

Sinds 1830 eten de Belgen en de Fransen tonnen frieten en ze genieten ervan, maar er is geen discussie mogelijk: frietjes zijn een Belgische uitvinding.

Men zegt dat de inwoners van Namen het spijtig vonden dat ze in de winter, wanneer de Maas bevroren was, niet langer katvis konden vissen en die aten ze nu juist zo graag. Een inwoner is toen op het geniale idee gekomen om aardappelen in stukjes te snijden, in de vorm van heel kleine visjes, om ze daarna te bakken. De friet werd geboren en de eer was gered.

De geschiedenis van de “papa”

De knolvormige “papa” uit Peru maakte de Fransen bang. In 1757 heeft Antoine Parmentier, een apotheker, zijn gevangenschap in Pruisen (Duitsland) overleefd met  aardappelen, die aan de varkens en de gevangenen werden gegeven. De “papa” slaagde erin zijn honger te stillen en daarom probeerde hij Frankrijk te overtuigen van de voedingswaarde van de aardappel.

De slimme Parmentier is listig te werk gegaan, door in de buurt van Parijs aardappelen te planten en het veld te laten bewaken. Hij hoopte dat de inwoners zo zouden denken dat er daar iets zeldzaams werd gekweekt. De kostbare pootaardappelen worden toch gestolen, geproefd en verder gekweekt. De list is gelukt en de koning, Lodewijk XVI, complimenteerde Parmentier met zijn doorzettingsvermogen “Frankrijk zal u op een dag bedanken, omdat u het brood van de armen hebt uitgevonden”.

In de 19de eeuw is de aardappel een voedingsmiddel voor iedereen geworden. De Fransen noemen de aardappelen doorgaans “patates” genoemd. Het woord “patat” is mogelijk afgeleid van het Engelse potato of het Spaanse patata.

Aardappelen worden onder andere in volkstuinen geteeld en kunnen op alle mogelijke manieren klaargemaakt te worden : als soep of puree, gebakken aardappelballetjes, dunne frietjes, chips, gestoomde aardappelen, gekookte aardappelen, aardappelen in de schil, "gratin dauphinois", frietjes…: er is voor elk wat wils.

Er zijn vandaag de dag veel verschillende aardappelsoorten en de meeste pootaardappelen blijven in het bezit van de producent die ze heeft uitgevonden. Op die manier kan een tuinder of een landbouwer geen eigen pootaardappelen telen zonder de toestemming van de oorspronkelijke teler aan wie hij "royalty’s" moet betalen (rechten om op dezelfde manier aardappelen te telen). Dat is vastgelegd in het Franse en Europese recht.

De aardappel heeft tot heel wat beeldspraak geleid

As-tu la frite ? (voel je je lekker?) Anders gezegd, "as-tu la patate ?" (ben je in vorm?) Het is een informele manier om iemand te vragen hoe hij zich voelt. Deze formulering is bedoeld voor je vrienden en mag je zeker niet gebruiken bij je leraar of je ouders.


Als je aan de hond uit het stripverhaal Snoopy vraagt : “wat is geluk?” Dan antwoordt hij: “een extra bordje frieten!”